Blog: Typisch Tasmanië

Typisch Tasmanië

Tijdens de vlucht van Melbourne naar Hobart (hoofdstad Tasmanië) merk je al dat Tasmanië erg groen is. Het eiland kenmerkt zich door de vele bebossing, meren en riviertjes met een mooie uitloop op zee.

Het klimaat is zeer wisselend. Tijdens ons bezoek in de laatste 2 weken van november bleek dat het weertype dagelijks anders kan zijn. Waar een gemiddelde temperatuur van zo’n 20 tot 25 graden bereikt kan worden, kan deze anders aanvoelen door zeer harde wind en plotselinge regenbuien. ’s Nachts kan de temperatuur daarentegen makkelijk dalen tot 5 graden.

Deze regenbuien zijn bepalend voor je verblijf op Tasmanië, mocht je van wandelen en kamperen houden. Er moet rekening gehouden worden met aangepaste kleding en schoeisel.

Alle campings zijn over het algemeen netjes en goed onderhouden. Voor het bezoek aan de ‘National Parks’ betaal je $24,- entree per park. Makkelijker is het om de ‘National Park Pass’ aan te schaffen, deze kost $60,- per voertuig.

Wat opvalt is dat er in elk dorp(je), maar ook toeristische attractie (hoe klein dan ook) overal openbare toiletten aanwezig zijn. Bijna allen in redelijk tot goede staat en opvallend genoeg altijd met warm water om je handen te wassen.

Rondom Hobart
Mocht je met het vliegtuig naar Tasmanië reizen, met de ferry is eventueel ook een optie, dan kom je automatisch enkele kilometers buiten Hobart aan.

Hobart is de hoofdstad van Tasmanië, ligt aan de kust, tegen de berg ‘Mount Wellington’.

Mount Wellington is absoluut de moeite waard om te bezoeken.  Je kunt met de auto via een prima begaanbare weg helemaal naar boven rijden, om vervolgens daar te kiezen uit enkele wandelroutes. Helaas zijn deze wandelroutes ‘one way’, oftewel, je komt niet terug waar je je auto geparkeerd hebt en zult dus dezelfde route terug moeten lopen. Maar het uitzicht is prachtig, je kijkt op Hobart neer en bij helder weer zie je hoe prachtig groen Tasmanië is. Mount Wellington is vrij toegankelijk, boven aan de top vind je een klein informatiepunt en een toiletgebouw.

Bruny Island
Als je op internet zoekt naar bezienswaardigheden op Tasmanië zie je vaak Bruny Island terugkomen. Dit eiland ligt ten zuiden van Hobart en kun je met de ferry bezoeken. Een retourtje met de ferry kost $ 30,- en deze vaart ongeveer elk uur op en neer.

Eenmaal aangekomen op Bruny Island merk je snel dat het een relatief klein eiland is met slechts enkele toegangswegen. Deze slingeren dan ook mooi door het landschap en zijn afwisselend geasfalteerd maar ook onverhard, wat even wennen is.

Een kort bezoek aan “Adventure Bay” en “Pinguin Island” heeft ons helaas geen pinguins opgeleverd, maar het viel ook op dat er sowieso weinig te beleven was. Het eiland kent 1 supermarkt(je) en 1 benzinepomp en is verder eigenlijk vooral met rust gelaten, waardoor de natuur haar gang heeft kunnen gaan. Dit geeft mooie plaatjes, maar een bezoek aan het South Bruny National Park was voor ons niet te doen, omdat de aangegeven weg op de plattegrond eigenlijk een heuvelachtig zandpad was met te diepe kuilen om er met een normale auto of busje overheen te kunnen rijden. Een 4×4 auto was hier meer van toepassing. We vonden het jammer dat dit niet in één van de vele boeken stond aangegeven.

Overnachten kan op een zogenaamde bushcamping. Dit zijn campings waarbij er alleen een toilet aanwezig is en verder niets. Er wordt om een bijdrage gevraagd van $ 10,- voor het behoud van deze campings. Als je voldoende eten/drinken bij je hebt is dit een ideale oplossing voor 1 nacht.

Het noordelijke deel van Bruny Island is wat kleiner en via onverharde wegen kom je langs enkele kleine dorpjes met mooi uitzicht op zee. Met enkele korte stops kun je dit gedeelte in 2 uurtjes rijden.

Samengevat lijkt Bruny Island vooraf een eiland met veel bezienswaardigheden, is werkelijk valt dit wat tegen. De natuur is mooi en van het uitzicht op zee moet je genieten.

Mount Fields National Park
Dit national park ligt in een prachtige bosrijke omgeving. Vanuit de centrale camping en bijbehorend informatiecentrum zijn diverse wandelroutes uitgestippeld. De routes welke starten bij het informatiecentrum kenmerken zich door de vele hoge bomen, mooie groene begroeiing, riviertjes en watervallen. De wandelroutes zijn verdeeld op tijd, zodat je een keuze kunt maken hoe lang je wilt wandelen.

Een andere optie is om met de auto omhoog, de berg op, naar Lake Dobson te rijden. Deze weg is onverhard, maar prima begaanbaar. De rit is zo’n 16 kilometer en je doet er een 45min over. Eenmaal boven gekomen zijn ook daar diverse wandelroutes te belopen. Je merkt al snel dat de begroeiing verandert is van groen naar wat grijzig en droog. Tijdens het wandelen merk je ook snel dat de paden moeilijk begaanbaar zijn. De paden kenmerken zich door de vele stenen en rotsen, waardoor goed schoeisel een must is. Het landschap is behoorlijk eenzijdig, de meren die je onderweg tegenkomt zijn niet bijzonder mooi.

Mount Field National Park is een aanrader om te bezoeken. Alleen de kampeerplek al is zeer bijzonder en overigens ook zeer goed bijgehouden. De wandelroutes ‘beneden’ zijn absoluut de moeite waard, de routes boven wat minder.

Lake St. Clair
 Ook bij Lake St. Clair is een National Park Pass vereist. De camping die hier bij ligt is onderdeel van o.a. de camping bij Mount Field. Echter als je beide campings vergelijkt, is degene bij Lake St. Clair minder. Dit uit zich met name in het onderhoud van keuken en toiletgebouwen, terwijl de prijs per overnachting hoger ligt. Houdt hierbij rekening dat er in de buurt geen grote plaats ligt waar je bijvoorbeeld boodschappen kan doen. Bij de camping ligt overigens wel een restaurant waar je lekker kunt eten.

Overdag kun je ook hier diverse wandelroutes volgen, deze zijn zeker de moeite waard.

Cradle Mountain
Het National Park bij Cradle Mountain is wat meer toeristisch dan de overige parken. Alles is wat commerciëler aangepakt, zo is er 1 centrale plaats waar je kunt overnachten, waarbij de keuze is uit kamperen, hotel of een aparte ‘lodge’. Het vertrekpunt om naar Cradle Mountain en met name Dove Lake te gaan is het centraal gelegen Visitor Centre. Vanuit hier vertrekt er elke 20 minuten een shuttle bus richting het park. Ook hier heb je een National Park Pass voor nodig.

De wandelroutes rondom Dove Lake en verder zijn goed te belopen en de natuur is zeer wisselend en mooi.

De camping is een stukje duurder dan vergelijkbare campings van andere nationale parken. Hier krijg je eigenlijk niet veel extra’s voor terug. De algemene ruimtes (keuken, toiletten, douches) zien er prima uit, maar dit zien we eigenlijk overal terug. Wel springt de keuken er extra uit, deze is groot opgezet, overdekt en van alle gemakken voorzien.

Cradle Mountain is zeker de moeite waard om te bezoeken, 1 à 2 overnachtingen zou voldoende moeten zijn.

Mole Creek
Vanuit het kleine dorpje Mole Creek kun je prima de Marakoopa Caves bezoeken. Deze grotten staan bekend om hun stalagmieten en stalactieten en er worden rondleidingen gegeven welke ongeveer een uur duren. De entreeprijs bedraagt op dit moment $19,- per persoon. De Marakoopa Caves en de omgeving behoren ook tot de entree van de National Park Pass.

Rondom Mole Creek liggen 2 campings, één daarvan is een bushcamping, de ander wordt privé beheerd. Mocht je niet overnachten, dan zijn de dichtstbijzijnde opties Sheffield of Deloraine.

Devonport
Indien het weer het toelaat heeft Devonport enkele leuke stranden om te bezoeken. Daarnaast komt hier dagelijks de ferry aan vanuit Melbourne. Het centrum is klein, maar biedt genoeg om even te kunnen winkelen.

Launceston
Deze 2e grootste stad van Tasmanië doet aan als een oud Engels industriestadje. Eenmaal in de binnenstad is er wel alles te vinden qua winkels, maar echte uitstraling mist het. Het mooiste gedeelte van Launceston is ‘The Gorge’. Dit betreft een natuurgebied waar de rivier South Esk Rivir eindigt in een groot meer. Je kunt enkele wandelroutes belopen en eventueel met een kabellift over dit meer gaan. Er zitten enkele kleine restaurantjes en alles ziet er prima uit.

Er worden ook wandelroutes door het centrum aangeboden. Alle informatie is verkrijgbaar bij het plaatselijke ‘Visitor Centre’.

Oostkust Tasmanië
Zodra je de oostkust nadert merk je dit aan verandering in landschap en aan weertype. Met wat zachter weer (tot aan zeer goed weer) kom je langs de mooiste stranden en baaien. Een leuk stadje om te bezoeken is St. Helens. Ook de campings liggen vaak naast het strand, waardoor je de hele nacht de golven van de oceaan hoort. Ook de gratis bushcamps zijn behoorlijk vertegenwoordigd langs de oostkust en in elk dorp is wel een informatiepunt waar je kunt vragen waar deze liggen.

Meer zuidelijk ligt het Freycinet National Park.

Vanuit dit national park zijn ook weer wandelroutes uitgestippeld, waarbij de meeste toeristen kiezen voor het uitzicht op Wine Glass Bay. En terecht, bij goed weer is het uitzicht erg mooi en is het de wandeling zeker waard.

Tasmanië is zeker de moeite waard om te bezoeken mocht je ooit naar Australië reizen. Neem de tijd om het eiland rond te reizen, 10 tot 15 dagen zou genoeg moeten zijn. Houdt rekening met het weer wat in elk gebied anders kan zijn. De natuur is zeer wisselend, wat de reis ook boeiend maakt.

 

 

2 gedachten over “Blog: Typisch Tasmanië”

  1. Wauw even op jullie site gekeken hoe ver dat jullie zijn. Mooie foto’s en mooie verhalen zeg. ik blijf jullie zeker volgen. Of via deze site of via je zus. hahahaha

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.